In Vlaanderen kan men genieten van de “meeneembaarheid van registratierechten". In bepaalde gevallen kunnen de rechten betaald naar aanleiding van een eerste aankoop van een woning die tot hoofdverblijfplaats dient, aangerekend worden op de registratierechten die verschuldigd zijn bij de verwerving van een nieuwe hoofdverblijfplaats. De kopers moeten dan nog enkel het verschil tussen de twee bedragen betalen. In andere gevallen kunnen ze een gedeeltelijke teruggave genieten. Deze regeling geldt enkel voor natuurlijke personen (dus geen vennootschappen). Een natuurlijke persoon die samen met een vennootschap aankoopt, kan de voordelen van dit stelsel genieten.

De registratierechten die betaald worden bij de verwerving van een nieuwe woning, worden verminderd rekening houdend met de rechten die vroeger betaald werden bij de aankoop van een andere woning. Beide woningen (de oude en de nieuwe) moeten natuurlijk in Vlaanderen gelegen zijn.

Technisch kan deze “meeneembaarheid” op de volgende manier geregeld worden:

• ofwel door aanrekening van de vroeger betaalde rechten,
• ofwel door teruggaaf bij een latere aankoop.

Voorwaarden

Een woning bezitten: om de aan de meeneembaarheid verbonden voordelen te genieten, moet men vroeger registratierechten voor de aankoop van een eerste woning in het Vlaamse Gewest betaald hebben. Het vroeger aangekochte goed moest dienen als hoofdverblijfplaats.

De oude woning verkopen: de verkoop van de eerste woning mag plaatsvinden vóór of na de verwerving van het nieuwe onroerend goed. Komt die verkoop tot stand vóór de aankoop van de nieuwe woning, dan kunnen de kopers een vermindering van de registratierechten genieten die aangerekend wordt op de rechten die bij de aankoop van de eerste woning betaald werden. Komt de verkoop tot stand na de aankoop van de nieuwe woning, dan kan het voordeel bestaan in de teruggave van registratierechten betaald bij de nieuwe aankoop.

Een nieuwe woning aankopen: de meeneembaarheid speelt enkel bij aankoop van een woning in het Vlaamse Gewest. Dit geldt dus bij de aankoop van een voor bewoning bestemd onroerend goed, maar eveneens voor een bouwgrond waarop in korte tijd een woning opgetrokken zal worden of voor een onroerend goed dat in korte tijd tot woning verbouwd zal worden.

De nieuwe woning moet binnen een bepaalde termijn (twee of driejaar al naargelang van de authentieke aankoopakte) betrokken worden.

De verbintenis om het onroerend goed te bewonen: de aankoopakte van het nieuwe goed moet een verklaring bevatten waarin staat dat het verkochte goed als hoofdverblijfplaats diende plus de verbintenis om de nieuwe woning als hoofdverblijfplaats te betrekken.

Bij verwerving van een woning na verkoop van de oude woning, kan de koper de registratierechten die hij voor zijn eerste woning betaald heeft, aanrekenen op de registratierechten die hij voor de nieuwe woning zal moeten betalen. De nieuwe verwerving moet echter een vaste dagtekening hebben binnen de twee jaar na de datum van de authentieke wederverkoopakte van de oude woning. De aankoopdatum van die laatste woning speelt geen rol.

Wanneer een vroegere hoofdverblijfplaats na een nieuwe aankoop verkocht wordt, kan men de teruggave vragen van de registratierechten die betaald werden bij de verwerving van de nieuwe woning. De termijn hiervoor bedraagt twee jaar (als de nieuwe aankoop betrekking heeft op een bestaande woning) of drie jaar (als de nieuwe aankoop betrekking heeft opeen bouwgrond waarop de koper zijn hoofdverblijfplaats optrekt) tussen de datum van de nieuwe aankoop en de datum waarop de verkoop vaste dagtekening draagt.

Wat het betrekken van de nieuwe woning betreft: de kopers moeten ze effectief als hoofdverblijfplaats betrekken binnen de twee jaar na de verwerving (of binnen de drie jaar na de aankoopakte van de bouwgrond). De wet bepaalt voorts dat de kopers de woning gedurende een voldoende lange periode moeten betrekken.

Beperkingen

Het principe van de meeneembaarheid geldt voor een maximumbedrag van 12.500 euro.

Voor de rechten betaald op het ogenblik van de nieuwe aankoop, is het niet mogelijk een bedrag aan registratierechten aan te rekenen of terug te krijgen dat hoger is dan het bedrag betaald bij de eerste aankoop.

Het totaalbedrag van het belastingvoordeel kan niet hoger zijn dan 12.500 euro per onroerend goed. Bovendien wordt het voor iedere aankoper bepaald in functie van het deel dat hij bezit.

Voorbeeld

U kocht een woning in 2000 voor een bedrag van € 200.000. U betaalde toen € 20.000 aan registratierechten. In augustus 2010 heeft u de woning verkocht. In februari 2011 heeft u een nieuwe woning aangekocht voor € 375.000. Normaal zou u dus € 37.500 aan registratierechten moeten betalen. Ten gevolge van de meeneembaarheid van registratierechten betaalt u echter slechts € 25.000. Het verschil tussen de beide bedragen bedraagt immers € 17.500. U kan dus genieten van het maximale voordeel van € 12.500.

Voor vragen in verband met de meeneembaarheid van registratierechten kan u ons contacteren op het nummer 0495 60 13 06 of via e-mail op Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.